zaterdag 2 november 2013

Altijd Moe!

Het irriteerde mij mateloos dat ik niet kon uitleggen wat het betekende dat ik altijd moe was. Vaak voelde ik mij helemaal niet begrepen. En echt goed snappen dat anderen mij niet konden begrijpen deed ik niet. Ik wilde zo graag een keer horen: ik snap het niet wat er met je is, maar het is ok. In plaats daarvan kreeg ik vaak vragen, adviezen, meningen, goede bedoelingen. 

Nu, nu ik mij een paar dagen energieker voel, nu begin ik het te voelen. Nu snap ik wat anderen niet konden snappen. Omdat ik beide kanten nu ken, en voel. Ik weet hoe het is om mij zo moe te voelen dat alles teveel is. En tegelijk zie ik nu ook hoe het is om zoveel energie te hebben dat je de hele dag alles kunt doen wat in je opkomt. Dat je bedenkt naar de winkel te willen en dat je dat dan al aan het doen bent.

Nu pas zie ik waarom niemand in mijn omgeving mijn gevoel herkende. Mijn gevoel van totale uitputting. Het continue gevoel van overleven. Het gevoel van 'alles is teveel' en ik heb alleen maar tekort aan energie. Voor anderen is jouw pijn, jouw gebrek, jouw gevoel, geen werkelijkheid. Het bestaat niet echt, het is een verhaal van een ander. Wat je niet voelt, is er niet.

Zojuist deed ik - met mijn hernieuwde energie - de afwas. Oh nee, ik keek er alleen maar even naar en ik had'm al gedaan. Stond er niet bij stil dat het een klusje was. Voorheen zag ik de afwas en droop af naar de bank. Het "zeker weten" dat dat kleine beetje afwas mij zo zou vermoeien dat ik verder niks meer zou doen die dag, maakte me al moe. De gedachte aan de vermoeidheid die zou volgen deed me steeds instorten. Bij alles, op elk moment van de dag. Zelfs slapen was vermoeiend, omdat ik er niet van uitrustte. Maar niet slapen was net zo goed geen optie.

Jarenlang kreeg ik van alle kanten telkens te horen dat ik vooral moest gaan bewegen. Wandelen, fietsen, zwemmen. In balans en rustig aan. In de beginperiode deed ik dat braaf, uit het geloof dat het zou werken. En steeds kwam ik bedrogen uit. Ik werd niet fitter. Nee, ik voelde mij vermoeider dan eerder. En daarbij gefrustreerd en verdrietig. En depressief, omdat ik dat wat ik zo graag doe, eigenlijk niet meer kon: lekker sporten of genieten van een wandeling.

Bewegen was een voortdurend gevecht. Een opgave. Meer nog van de geest dan van het lichaam. Ik heb mezelf gedwongen, geforceerd, om toch maar weer naar buiten te gaan. En tegelijk voelde ik de mentale weerstand, mijn gedachten die steeds meer gingen van "dit is goed voor je" naar "dit is fnuikend, stop hiermee".

Ik ben blij dat ik op een gegeven moment heb gekozen voor rust. Niet meer fietsen, zwemmen of wandelen. Het laten voor wat het is. En iedereen die mij die oh zo goed bedoelde, maar ongevraagde en zeer ongewenste, adviezen gaf, die sprak ik vanaf dat moment tegen. Eerst voorzichtig, en stilaan steeds duidelijker en standvastiger.
Dat is het begin van de verandering geweest. Ik heb gevoeld dat mijn lichaam iets anders nodig had, zonder dat ik wist wat dat precies was.

vrijdag 1 november 2013

Het Gevoel Energie

Al een paar dagen voel ik me anders dan normaal. Nou ja, dan voorheen. Hmmm nee, dan dat ik mij eerder vaak voelde, of eigenlijk altijd al voelde. Ja sinds een paar jaar dan.

Dinsdag begon het, tegen de avond. Ik had een shot vitamine D genomen en sinds maandag volg ik een heel strikt dieet. Dat dieet is bedoeld om mijn darmen rust te gunnen, ze te herstellen en te ondersteunen en te zorgen dat essentiele voedingsstoffen weer worden opgenomen.

Al een jaar of twee heb ik ernstige vitaminen tekorten en geregeld last van diarree. Ook voel ik me vrijwel voortdurend doodmoe en slap en futloos. Ik slaap veel. Heel veel. En als ik het in mijn bol krijg om eens wat te doen - een lichte wandeling, een voorzichtig fietstochtje - dan slaap ik daarna nog veel meer. Na elke inspanning, hoe klein ook, lig ik dagen uitgeput op bed.

Ergens in 2008 is dit begonnen. Soms ging het eens wat beter, een dag of twee, langer hield dat dan niet aan. Ik zwom, wandelde en fietste en telkens na een periode van een maand of 2, of 3 etc. moest ik daarmee stoppen omdat ik mij helemaal uitgeput voelde. In het najaar van 2010 begon ik me nog ellendiger te voelen, als een uitgewrongen vaatdoek.

Ik bleef van alles ondernemen, theatercursus, schrijfcursus, pianoles, een workshop, een training, vrijwillegerswerk. En voelde mij daarbij steeds minder fit. Ik probeerde mijn fysieke inspanningen te beperken tot een minimum om maar voldoende energie te hebben voor de leuke dingen. Alhoewel leuk: met zo weinig energie zijn de leuke dingen ook een opgave. Een grote opgave. Na het fietstochtje naar de stad voor mijn cursus, was ik vaak te moe om nog volop deel te kunnen nemen. Of te prikkelbaar om in alle rust mee te doen.

Beetje bij beetje, in het tempo waarmee een sluipwesp zijn prooi nadert, verloor ik het plezier in alles. Mijn vermoeidheid, mijn fysieke pijnen - sinds 2007 heb ik chronische hoofd en nekpijn - mijn lusteloosheid, mijn gebrek aan concentratie en aandacht en mijn onvermogen om mijzelf nog te motiveren in actie te komen, brachten mij langzaam bij de afgrond tussen leven en dood. Ik was mijn wilskracht aan het verliezen, ik wilde niet meer leven als dat alleen maar betekende dat ik aan het overleven was. Overleven waarvoor? Om te overleven?

En nu sinds een dag of drie, heb ik een gevoel in mijn lijf van energie. Een prikkende, tintelende, springerige energie. Zo'n energie die je wil laten rennen en huppelen. Energie waarvan je zin krijgt om iets te doen, energie die je voortdurend laat weten dat je leeft. Euhh, wat is dit???

Misschien een vage herinnering aan een gevoelsspoor uit een ver verleden. Ken ik dit? Ja, het moet haast wel. Ik kan me niet voorstellen dat ik 47 ben geworden zonder ooit dit gevoel van LEVEN eerder te hebben ervaren. Het moet haast wel dat ik tot een paar jaar geleden dit gevoel regelmatig, misschien wel vaak of haast altijd had. Dat het zo vanzelfsprekend was dat ik er niet bij stil stond.

Het is heerlijk om mij zo te voelen. Ik sta er haast elk moment bij stil. Niet om te weten of het er nog is. Nee, juist om het ten volle te ervaren, het te laten stromen in mijn lijf. En ik hoef er niets mee te doen. Misschien uit angst dat als ik ga fietsen, rennen en zwemmen, dat het zo weer 'op' is. Al geloof ik daar niet in. Dit gevoel is echt, en is er later ook weer. Misschien niet continu, maar dat ben ik gewend: het is er jaren niet geweest. En nu weer wel. Het gevoel is terug! Dit gevoel, dat ben ik!

zondag 13 januari 2013

Klik

"Het geluid van een lege revolver."

"Nee, ik voel geen klik", zegt Marion. "We kunnen wel vrienden blijven, hooguit goede vrienden."
Zojuist had ze me haar laatste verovering uit de doeken gedaan. Uitvoerig.
Ze had hem tijdens een groepsvakantie ontmoet. In het vliegtuig naar La Palma zat ze naast hem. Het eerste kwartier van de vlucht. Toen na de start de lichtjes 'stoelriemen vast' uitgingen, ruilde ze met Josie van plaats. Die was bij het boarden al van slag van Henk: "Zulke mooie ogen. En dan dat krullend haar, oh ik ben helemaal week." Ze mocht hem hebben, die Henk met zijn gladde praatjes. Walging, dat was alles wat Marion voor hem voelde. De eerste indruk destijds ten spijt, is ze na drie kinderen en een vechtscheiding pas net weer op vrije voeten. Gescheiden van diezelfde Henk. Voorzover de waarde van de klik.
"Sorry, wat zei je?" reageer ik achteloos.
"Dat ik afga op de eerste indruk, ik voel niets bij je."
"Oh ja, liefde op het eerste gezicht. Typisch weer zo'n verzinsel van vrouwen om hun kwetsbaarheid niet te hoeven tonen. Wat vervelend voor je."
Ik leg een tientje op het tafeltje, steek mijn hand uit en zeg: "Ik heb al een vriend, bedankt voor de afspraak." Zonder verder enige aandacht voor haar, sta ik op en loop het cafe uit. Frisse lucht, heerlijk!

dinsdag 20 september 2011

Dissipatie

"What goes down must come up!"

We gaan er voetstoots van uit dat het andersom is. Dat alles wat op gaat ook weer neer gaat. Is dat niet een heel erg Nederlandse, veilige - "je kop niet boven het maaiveld uitsteken" - gedachte? Volgens mij is het namelijk andersom. We stoppen bollen onder de grond, die komen op. In de achtbaan ga je naar beneden om daarna weer omhoog te gaan. Daarbij verliest het karretje wat aan potentiële energie door wrijving - dissipatie - maar de wet van behoud van energie is geldig. Alleen door dit verlies sterft het plezier van het achtbaan rijden langzaam uit. Uiteindelijk is de potentiële energie op en stopt het. Zo ook met het leven, we verliezen steeds een beetje aan potentie, tot alles op is en we doodgaan. En het knolgewas houdt er ook ooit een keertje mee op. Het perpetuum mobile bestaat niet, zo ook niet het eeuwige leven. En voor de economie geldt iets soorgelijks. Daar hebben we de rente uitgevonden om de 'kleine' verliezen die er ontstaan bij het vermaken van geld te compenseren. En daarom is het systeem ook duurzaam: het gaat goed zolang als het duurt. Juist: zolang er nog potentie in het systeem zit. Maar die rente, daarin zit nu juist de kneep. Want het maakt ook dat het systeem een einde kent. Het is overigens vanzelfsprekend dat we op alles wat we creëren het natuurlijke principe toepassen. We doen wat we kennen, wat de natuur - evolutie is hierin niet meer dan de leerschool van jaren van alles wat bestaat - ons aanreikt. Dus maken we een systeem voor ons geld waarbij er steeds iets verloren gaat. Zodat het uiteindelijk vanzelf tot stilstand komt. Of omvalt, of hoe je het ook noemen wilt. Als je wilt fietsen moet je blijven trappen, anders val je om. Dat geldt ook voor ons geldsysteem. Zolang we het omhoog blijven pushen komt het naar beneden, en zodra het naar beneden gaat, heeft het alweer de neiging om op te stijgen. Dat gaat vanzelf goed. En dat is wel zo perpetueel.

woensdag 3 november 2010

Laat mij los


Je groet klinkt hol in mijn vermoeide oren.
Het is al laat: ik had je niet verwacht.
Een bosje rozen is wat jij bedacht.
Excuses hoef ik nu niet meer te horen.

Verdriet en pijn heb ik al eens verloren.
Hoelang voordat ik niet meer naar je smacht?
Verwerf om mij onmetelijke kracht.
In hoop dat jij mij nimmer meer zult storen.

Een verse bloem geurt lustvol op voor mij.
Ik laat haar staan, zo blijft zij naar mij lonken.
De pracht van haar palet fleurt op, maakt blij.

Mijn neus gevuld, parfum dat voert mij dronken.
Ik lig genietend bij haar aan, zo vrij.
Voor eeuwig is zij aan de grond geklonken.

dinsdag 2 november 2010

Uit Heeze


Een hoerige dame uit Heeze,
die liep langs het water te pezen.
Ze trof nicht en pot,
dus ving enkel bot
en had zo geen honger te vrezen.