zondag 1 februari 2026

Mechanikus

Ik ben een mechanicus. Al mijn hele leven wil ik weten hoe dingen werken. Hoe het mechaniek voorspelt wat de volgende actie is. Als 4 jarige haalde ik al buizenradio's uit elkaar tot grote ergernis van mijn vader, die mij daar overigens amper over kapittelde. Hij reageerde meer beduusd. Zo van: "dat had ik niet aan zien komen". En tegelijk wist ie zich geen raad. Mijn vader was zeker geen mechanicus. Hij begreep er niks van en zo ook niks van mij. En hij was niet in staat om de buizenradio weer te laten werken. Dat verwachtte ik ook niet hoor. Later hoorde ik dat mijn opa (moeders kant) zich vermaakte met elektronica. We hadden het zeker erg leuk met elkaar kunnen hebben. Hij stierf voordat ik geboren was. Ook elektronica valt binnen het bereik van de mechanicus. De aaneenschakeling van componenten voorspelt het gedrag van het systeem. met wat je erin stopt kun je exact voorspellen - zolang alles functioneert volgens specificaties -  wat er uit komt. Het gedrag van de schakeling is - met kennis van de werking van de componenten en hun interactie - geen mirakel of toverkunst, maar afleidbaar en gevolg van alle gemaakte keuzes. Voor de mechanicus zijn er hier geen geheimen, alle parameters zijn bekend.

In dezelfde tijd dat ik buizenradio's en televisies - om een of andere reden kwam er steeds weer een ander groot elektronisch apparaat in een houten behuizing (we spreken over de jaren 70) de woonkamer binnen - demonteerde om te ontdekken waar het leven in die kasten vandaan kwam, keek ik graag naar de films van Charlie Chaplin en Buster Keaton. Die  maakten grote indruk op mij. Slapstick is in essentie ook mechanica, van alles grijpt op elkaar in en het is voorspelbaar wat er gaat gebeuren. De wereld is geordend en overzichtelijk in de opzettelijk veroorzaakte chaos die je tegelijk doet huiveren als schaterlachen. De Dikke en de Dunne, de scène met de piano van de trappen. Onvermijdelijk wat het eindshot is. Wat maakt dat dit zo'n aantrekkingskracht heeft? 

Dat je beloond wordt voor het toekomstbeeld dat je hebt. Uiteindelijk gaat de buitenwereld kloppen met het beeld dat je daarover gevormd hebt. De voorspelbaarheid van de acties van de diverse 'acteurs' en hun reactie - vooral de onverstoorbaarheid van Chaplin en Keaton:  alsof het allemaal helemaal normaal is wat hen overkomt - maakt dat je gerust bent. Er gaat niemand dood, er is geen paniek, en als die er al is, dan is het intern bij de toeschouwer: kijk uit, pas op, oh nee toch! Of zoals mijn moeder wel 100 keer uitriep "Ach godskens" - gereformeerden zijn niet roomser dan de paus en vloeken net als iedereen. Mijn moeder had dat vooral bij ver doorgedreven verbale humor: keiharde zwarte grappen konden altijd rekenen op een expliciete non-verbale afwijzing die haar pret moest verhullen. Tegelijk genoot ze met teugen van wietzen die te erg waren om waar te zijn. Ze maakte ze zelf nooit. Wij fungeerden als de cabaretiers die haar plezier brachten - en ook de fysieke humor die haar tot in haar vezels deed beseffen en voelen dat ook zij van vlees en bloed was, in plaats van de schijnbaar veredelde huisrobot die ook nog eens de kinderen opvoedde en haar man in toom hield. 

Maar goed, de mechanicus. Mijn plezier is het hoogst als mij het mechaniek duidelijk is. Dat is dan ook meteen mijn enig streven in het leven. Waarbij uitvinden waar de start ligt, wat er is dat beweging krijgt in die lange reeks van oorzaak en gevolg, mij steeds weer in de greep heeft. Zo geldt dat voor dingen, machines, voertuigen, klokken, horloges, enzovoort, als ook voor levende organismen - hoe weet een boom wanneer hij.zij/het bladeren moet maken, hoe weet een worm welke kant hij op moet, hoe komt de mens tot de beslissing om opeens treinconducteur te worden - als ook voor sociale interacties: dierlijk gedrag. Waarbij gedrag van mensen mij bijzonder boeit. Het mechaniek daarachter, en het ontwarren daarvan, daar kun je me 's nachts voor wakker maken. Het vermoeit mij niet om daar mijn tanden in te zetten en te ontwarren wat de drijfveren zijn die mensen in beweging zetten. Waarom? Gewoon omdat het leuk is je bezig te houden met iets wat je nog niet snapt. Anders verveel ik me dood want alle andere mechanieken - gaap - die zijn zo doorzichtig als wat, of bedoeld ingewikkeld zodat er geen eer aan te behalen valt. Ik houd me het liefst bezig met dat waarmee ik mezelf ook kan verbinden en in kan spiegelen. 

Slapstick is alleen leuk als je spiegelneuronen goed werken. Anders voel je er niks bij. En zonder gevoel is het leven nutteloos, zinloos en gedoemd tot leegte. Ken je dat, dat wanneer je iemand ziet vallen en landen op zijn/haar kruis, dat je dat zelf voelt als vergelijkbare pijn? En dat je dan moet lachen omdat je zelf die pijn niet hebt, maar wel even dacht dat? Als je dat kent, dan doen je spiegelneuronen het. En anders? Tja... jammer de bammer, dan valt er weinig te lachen.