"The fourth of july"
In het bos ten zuiden van Varennes en Argonne
Het is een nieuwe ervaring hier in de vroege ochtend zo fris te zijn terwijl ik net - nog niet warm - een steile helling op ben gereden. Is het de regen van gisteren, die de atmosfeer licht en luchtig heeft gemaakt, na de van onweer bezwangerde lucht van de afgelopen dagen? Of het overvloedig groen van deze omgeving, een welkome verandering na de kale landbouwgebieden van hiervoor? Piep, piep, piep. Hoor ik van ergens onder mij. Ik houd mijn benen even stil. Het geluid is weg. Omdat de weg nog steeds oploopt trap ik snel weer door. Piep, piep, piep, klinkt het weer. Met mijn blik op de trapper gericht trap ik rustig door. Wanneer de rechter trapper het bovenste dode punt is gepasseerd klinkt net daarna 'piep'.
Links is er telkens een 'tok'. Daaraan ben ik ook nog niet gewend, al weet ik inmiddels dat het plastic uiteinde van het koordje aan mijn schoen dit geluid veroorzaakt. Met een acrobatische beweging van mijn voet bij het in de toeclip schuiven, ben ik in staat het koordje onder de beugel van de toeclip te krijgen. Dan kan het niet meer vrijelijk op en neer zwaaien en ben ik van het 'tok' geluidje verlost. Elke ochtend ben ik dat weer vergeten. De irritatie daarover neemt langzaam af. Er zijn zelfs momenten dat ik mijzelf voorhoud dat het eigenlijk wel een lekker ritmisch geluidje is. Al was dat alleen maar om mijn pedaalslag niet te hoeven onderbreken om links en rechts het koordje onder de toeclip te krijgen. Bergop is dat sowieso een gevaarlijke missie, met slingeren en stilvallen als risico's.
De 'piep' houdt me bezig. Als dit het asje van de pedaal is dan kon dat wel eens een groot probleem zijn. Ik zie de kogeltjes van het lager al op het asfalt stuiteren en dat ik vanaf dan met rechts alleen een dun stangetje als trapper moet verder rijden. Waarop ik dan balancerend met de bal van mijn voet, probeer vooruit te komen. Zie je wel, het zijn toch pongelpedalen die ik gekocht heb. Of zou een van de moertjes die ik er in Brunssum zelf op gezet heb, los zijn getrild? Na nog een paar minuten peinzen over de mogelijke problemen en de gevolgen daarvan - met als ultieme conclusie: Dit is het einde van deze fietstocht! - stop ik om de trapper te inspecteren. Ik draai de trapper een paar keer met mijn hand om haar as. "See no evil, hear no evil", natuurlijk. Maar weer doorrijden. Piep, piep, piep, klinkt het weer bij elke pedaalslag. Alleen rechts. Nog een paar kilometer houd het me bezig totdat ik merk dat de fiets niet uit elkaar valt, de trapper het blijft doen en ik alleen mezelf ermee heb zolang ik mijn aandacht erop blijf richten. Mijn laatste analyse is dat de regen een roestig plekje heeft veroorzaakt ergens in de trapper. Dat dat niet zichtbaar is, maar wel iets hoorbaars heeft veroorzaakt. Bewust richt ik mijn aandacht op de prachtige omgeving. Telkens wanneer ik even ben gestopt, schrik ik bij het wegrijden weer van het piepje.
zaterdag 27 september 2008
donderdag 25 september 2008
De geschiedenis van mijn gekte
Saks, Elyn (2007), De geschiedenis van mijn gekte: Leven met schizofrenie. Amsterdam: Uitgeverij Luiting - Sijthoff B.V.
"Dit is een aangrijpende vertelling over het leven van een patiënt, iemand met een ziekte. Elyn lijdt al vanaf haar adolescentie aan wanen, het horen van stemmen en dwanggedachten. In iets meer dan de eerste helft van het boek laat ze zien hoe ze hier mee opgroeit en probeert volwassen te worden. De beschrijving van het totale verlies van controle ten tijde van de enkele psychosen die op haar pad komen, was voor mij als lezer niet te bevatten. De gruwelijke behandelingen op sommige psychiatrische afdeling gaven me een naar gevoel en de wens iets voor haar te kunnen doen. Uit het boek lijkt de hand van Elyn in een noodkreet de lezer te wenken haar uit het verhaal te trekken, haar de aandacht te geven die ze zo nodig heeft en verdient."
Lees de hele recensie.
"Dit is een aangrijpende vertelling over het leven van een patiënt, iemand met een ziekte. Elyn lijdt al vanaf haar adolescentie aan wanen, het horen van stemmen en dwanggedachten. In iets meer dan de eerste helft van het boek laat ze zien hoe ze hier mee opgroeit en probeert volwassen te worden. De beschrijving van het totale verlies van controle ten tijde van de enkele psychosen die op haar pad komen, was voor mij als lezer niet te bevatten. De gruwelijke behandelingen op sommige psychiatrische afdeling gaven me een naar gevoel en de wens iets voor haar te kunnen doen. Uit het boek lijkt de hand van Elyn in een noodkreet de lezer te wenken haar uit het verhaal te trekken, haar de aandacht te geven die ze zo nodig heeft en verdient."
Lees de hele recensie.
zondag 21 september 2008
Functioneel Bloot 3
Mijn handen verplaatsen naar haar bovenarmen. Zachtjes laat ik de schouders van haar jurk over haar biceps glijden. Ik streel haar halsstreek en omvat dan haar borsten die kleiner aanvoelen dan ze eruitzien. Ze gooit haar hoofd in haar nek, de haren strelen mijn gezicht wanneer ze het weer naar voren zwaait. Tussen duim en wijsvinger knijp ik in haar tepel die ik daarna zachtjes kneed in een licht ronddraaiende beweging. Ze rekt haar rug en kronkelt die dan een keer. In een poging aan mijn knedende vingers te ontsnappen, duwt ze met gebalde vuisten precies op de randen van mijn sleutelbeenderen. Ik schreeuw het uit van de pijn. Ze lacht voluit, en heel haar gezicht doet mee. Ik laat haar borst gaan, sluit mijn handen om haar polsen. Ze wrikt, ze spartelt tegen. Haar rechterbovenbeen komt een laatste keer met volle kracht in mijn kruis tot stilstand, ze probeert me te pijnigen. Afzettend met mijn benen probeer ik overeind te komen. Ze belet me te bewegen, wrikt een hand los en brengt die vliegensvlug tussen haar bovenbeen en mijn kruis. Ze knijpt keihard in mijn ballen. Ik schreeuw het uit, laat haar andere hand los. Daarmee grijpt ze tussen duim en vingers mijn kaak vast. Haar duim graaft diep in mijn mond. Ze buigt voorover en steekt haar tong zover ze kan naar binnen. Mijn hoofd schud ik heen en weer. Weer grijpt ze mijn ballen stevig vast en verhoogt langzaam de grip van haar hand. Tranen spatten uit mijn ogen. Ze doet me pijn!
Met mijn rechterbeen zet ik me hard af tegen de bank, mijn linkervoet fixeer ik op de grond. Ze schuift over mij heen de bank af. Ik rol achter haar aan, en beland boven op haar. Instinctief sluit ik mijn linkerhand om haar luchtpijp. Met de rechter sla ik haar stevig in haar gezicht.
"Je doet me pijn! Waarom?", schreeuw ik haar toe.
Er komt geen antwoord.
Ze probeert me met haar knie over zich heen te duwen. Het lukt niet. Haar ogen kleuren rood, haar hoofd schudt heftig heen en weer. Haar handen strekken naar mijn adamsappel. Ik buig achterover. Met beide handen rukt ze aan mijn shirt, de bovenste knoopjes springen eraf. Haar nagels boren zich in het vel van mijn borst en trekken daar rode striemen. Mijn grip om haar hals verstrakt. Ze wrikt met haar heupen, haar benen beginnen te spartelen. Haar oogleden verwijden zich, ze kijkt me wanhopig aan met grote ogen. Het barbiebeeld verschijnt in mijn geheugen, mijn schouders zakken in en meteen laat ik haar keel los. Mijn hoofd zakt naar voren. Ik zucht: "Jee, wat gebeurt er?"
Haar nagels raken mij vol in mijn wang. Ze draait vliegensvlug op haar buik en wurmt zich onder mij uit. Verdwaasd blijf ik zitten. Mijn agressie is volledig weggeëbd. Op een meter staat ze voor me, hijgend, lachend en krijsend als een hysterische kat. Mijn bloed drupt van haar vingers op het parket. Eén hand grijpt haar jurk vast die nu tot rond haar middel is afgezakt. Half naakt, met een satanische blik in haar ogen staat ze me aan te staren. Haar linkerbeen uitdagend naar voren gebogen.
"Heb je nog niet genoeg?" vraag ik verbijsterd over haar agressie van een paar minuten geleden. In mijn hoofd probeer ik te reconstrueren wat er net gebeurd is. Ik kom niet verder dan dat ik mijzelf volledig verloor in mijn wens haar te pijnigen. "Wie ben je, wat doe je?"
Traag laat ze haar jurk verder zakken tot die op de grond ligt en ze naakt voor me staat. Ze draagt geen lingerie. Mijn ogen bekijken haar van top tot teen. Heel langzaam neem ik elk detail van haar lichaam in mij op. De stevige schouders, het prachtige zandbruin van haar huid, haar kleine borsten en dito tepelhoven. De lange strakke welving van haar heupen. De uitdagende bolling van haar venusheuvel. Haar gemillimeterde schaamstreek waar de volle schaamlippen onderuit steken. De lichte ronding van haar bovenbenen, haar onopvallende knieën en rechte onderbenen. Haar voeten nog steeds gestoken in de zwarte pumps. Nergens ontdek ik ook maar één onvolkomenheid. Geen enkele moedervlek of sproet. Geen littekens, geen verwondingen, geen verkleuring van de huid. Ze heeft zo te zien geen cellulitis, geen striae, noch op buik, noch bij borsten. Ze is volkomen perfect. Mijn opwinding is geheel verdwenen, en de aanblik van haar naakte lichaam brengt die niet meer terug.
Met een schok schrik ik wakker van het rinkelen van de telefoon. Ik spring op van de grond en pak de telefoon aan. In een paar seconden ben ik mijn droom vergeten en kan ik mij de dame waar ik net nog mee in gevecht was niet meer herinneren. Enkel de rode striemen in mijn gelaat zijn de zichtbare getuigen van mijn fantasie.
Met mijn rechterbeen zet ik me hard af tegen de bank, mijn linkervoet fixeer ik op de grond. Ze schuift over mij heen de bank af. Ik rol achter haar aan, en beland boven op haar. Instinctief sluit ik mijn linkerhand om haar luchtpijp. Met de rechter sla ik haar stevig in haar gezicht.
"Je doet me pijn! Waarom?", schreeuw ik haar toe.
Er komt geen antwoord.
Ze probeert me met haar knie over zich heen te duwen. Het lukt niet. Haar ogen kleuren rood, haar hoofd schudt heftig heen en weer. Haar handen strekken naar mijn adamsappel. Ik buig achterover. Met beide handen rukt ze aan mijn shirt, de bovenste knoopjes springen eraf. Haar nagels boren zich in het vel van mijn borst en trekken daar rode striemen. Mijn grip om haar hals verstrakt. Ze wrikt met haar heupen, haar benen beginnen te spartelen. Haar oogleden verwijden zich, ze kijkt me wanhopig aan met grote ogen. Het barbiebeeld verschijnt in mijn geheugen, mijn schouders zakken in en meteen laat ik haar keel los. Mijn hoofd zakt naar voren. Ik zucht: "Jee, wat gebeurt er?"
Haar nagels raken mij vol in mijn wang. Ze draait vliegensvlug op haar buik en wurmt zich onder mij uit. Verdwaasd blijf ik zitten. Mijn agressie is volledig weggeëbd. Op een meter staat ze voor me, hijgend, lachend en krijsend als een hysterische kat. Mijn bloed drupt van haar vingers op het parket. Eén hand grijpt haar jurk vast die nu tot rond haar middel is afgezakt. Half naakt, met een satanische blik in haar ogen staat ze me aan te staren. Haar linkerbeen uitdagend naar voren gebogen.
"Heb je nog niet genoeg?" vraag ik verbijsterd over haar agressie van een paar minuten geleden. In mijn hoofd probeer ik te reconstrueren wat er net gebeurd is. Ik kom niet verder dan dat ik mijzelf volledig verloor in mijn wens haar te pijnigen. "Wie ben je, wat doe je?"
Traag laat ze haar jurk verder zakken tot die op de grond ligt en ze naakt voor me staat. Ze draagt geen lingerie. Mijn ogen bekijken haar van top tot teen. Heel langzaam neem ik elk detail van haar lichaam in mij op. De stevige schouders, het prachtige zandbruin van haar huid, haar kleine borsten en dito tepelhoven. De lange strakke welving van haar heupen. De uitdagende bolling van haar venusheuvel. Haar gemillimeterde schaamstreek waar de volle schaamlippen onderuit steken. De lichte ronding van haar bovenbenen, haar onopvallende knieën en rechte onderbenen. Haar voeten nog steeds gestoken in de zwarte pumps. Nergens ontdek ik ook maar één onvolkomenheid. Geen enkele moedervlek of sproet. Geen littekens, geen verwondingen, geen verkleuring van de huid. Ze heeft zo te zien geen cellulitis, geen striae, noch op buik, noch bij borsten. Ze is volkomen perfect. Mijn opwinding is geheel verdwenen, en de aanblik van haar naakte lichaam brengt die niet meer terug.
Met een schok schrik ik wakker van het rinkelen van de telefoon. Ik spring op van de grond en pak de telefoon aan. In een paar seconden ben ik mijn droom vergeten en kan ik mij de dame waar ik net nog mee in gevecht was niet meer herinneren. Enkel de rode striemen in mijn gelaat zijn de zichtbare getuigen van mijn fantasie.
zaterdag 20 september 2008
Paniek!
Lange passen makend, been ik voorbij de terrasjes, scannend naar mooie vrouwen met een moederuitstraling waarbij ik zou kunnen uithuilen. Elke stap verder bal ik mijn vuisten steviger, om mijzelf maar bij elkaar te houden. Hier loop ik om te laten zien dat ik nog een eenheid ben, lichaam en geest. En dat ik nog in controle ben. IK loop. Ik kan niet naar huis, ik moet nu hier onder de mensen zijn, in de straat, in beweging. Nu stilzitten, betekent het einde van mij, dan ga ik op in de omgeving, of vervloei met de straat waar mijn voeten op rusten. Zelf voor stilstaan ben ik bang. Doorlopen, houd de pas erin. Recht in de ogen kijkend van een meisje dat op de fiets aankomt, springen haast de tranen in mijn ogen. Ik houd vol, ik kijk haar aan met een medelijden zoekende blik. Ze kijkt terug en glimlacht lief. Ik ben er nog, men reageert op mij alsof ik mens ben. Ik doe het nog.
Links twee winkelverkopers die naast de deuropening een sigaret roken. Sportschoenenzaak, stoere kleine, mediterrane jongens. Ze kijken me brutaal en bozig aan. Wanneer ik wegkijk, komt de neiging tot slaan in mij op. Ik sla ze in elkaar, ik sla erop! De woede giert door mijn lijf, nog harder loop ik verder. De hoek om, het pleintje over. Een vol terras, ik loop snel verder. Niet meer kijken, niemand meer aankijken. Ik voel mijn borstkas op en neer gaan, onderdruk de neiging te gaan rennen, weg te rennen. Ik wil weg van mezelf. Tegelijkertijd probeer ik uit alle macht mezelf bij elkaar te houden. Niet gaan stromen nu, niet vervloeien, blijf erbij. Ik praat mezelf moed in, dwing mezelf heel te blijven. Het voetgangersstoplicht verspringt naar rood wanneer ik het zebrapad opstap. Op de vluchtheuvel halverwege de weg sta ik stil. "Nee, niet stil staan!" Klinkt het in mijn hoofd. Beide vuisten gebald. Overspanning in mijn bovenbenen. Ik houd het niet meer, ik houd het niet meer! Rechts van mij trekt het verkeer op, ik ben te laat, nu moet ik blijven staan. Met mijn ogen dicht hoor ik het verkeer vlak langs mij voorbij razen. Ik wacht en tel: één, twee, drie auto's.
Zonder mijn ogen te openen stap ik het zebrapad op.
Links twee winkelverkopers die naast de deuropening een sigaret roken. Sportschoenenzaak, stoere kleine, mediterrane jongens. Ze kijken me brutaal en bozig aan. Wanneer ik wegkijk, komt de neiging tot slaan in mij op. Ik sla ze in elkaar, ik sla erop! De woede giert door mijn lijf, nog harder loop ik verder. De hoek om, het pleintje over. Een vol terras, ik loop snel verder. Niet meer kijken, niemand meer aankijken. Ik voel mijn borstkas op en neer gaan, onderdruk de neiging te gaan rennen, weg te rennen. Ik wil weg van mezelf. Tegelijkertijd probeer ik uit alle macht mezelf bij elkaar te houden. Niet gaan stromen nu, niet vervloeien, blijf erbij. Ik praat mezelf moed in, dwing mezelf heel te blijven. Het voetgangersstoplicht verspringt naar rood wanneer ik het zebrapad opstap. Op de vluchtheuvel halverwege de weg sta ik stil. "Nee, niet stil staan!" Klinkt het in mijn hoofd. Beide vuisten gebald. Overspanning in mijn bovenbenen. Ik houd het niet meer, ik houd het niet meer! Rechts van mij trekt het verkeer op, ik ben te laat, nu moet ik blijven staan. Met mijn ogen dicht hoor ik het verkeer vlak langs mij voorbij razen. Ik wacht en tel: één, twee, drie auto's.
Zonder mijn ogen te openen stap ik het zebrapad op.
vrijdag 19 september 2008
Functioneel Bloot 2
Ze maakt de knoopjes van haar jas los en wurmt één voor één haar armen uit de mouwen. De capuchon bedekt nog steeds haar hoofd. Als laatste tilt ze de jas in één beweging aan het puntje van de capuchon op en stapt er vlug onderuit. De bloedrode zijde jurk die ze draagt, vangt geen enkele druppel. Ze reikt mij de jas aan. Wanneer ik 'm aanpak en weghang, wiegt ze een paar maal krachtig met haar hoofd. Haar lange blonde krullen vallen als een brede waterval tot over haar schouders en bedekken aan de voorkant deels het in een V-vorm uitgesneden decolleté. Ze is slank, de strak gesneden jurk valt tot net boven haar knie, die iets boven de mijne uitsteekt dankzij haar extreem hooggehakte pumps.
"Oef, dat is een stuk beter. Zullen we naar binnen gaan?"
Mijn mond valt open van haar brutaliteit. Even twijfel ik of ik haar niet meteen weer weg moet sturen.
"Euh, wat kom je doen? Wie ben je? Waarom ben je hier? Ken ik jou?"
"Nou, nou, dat is ook geen originele opening!" Ze kijkt me uitdagend aan en duwt met haar felrood gelakte nagels vooruit gestoken mij lichtjes naar achter en stapt dan voorbij. Alsof zíj hier woont en niet ik. Verbaasd blijf ik even op de mat staan.
"Hé, ik..." Ze overstemt me: "Oh wat een mooie bank" en ploft neer waar ik zo-even nog lag te soezen met gedachten aan: haar!
Nu ik haar in het volle licht in mijn woonkamer zie, merk ik dat ze veel lijkt op de vrouw waar ik net van droomde.
"Kom je even naast me zitten?", klapt ze heel cliché met haar hand op de bank. Ze kijkt me vragend aan, zonder enige gêne.
"Ik begrijp niet zo goed wat je hier doet, wil je me vertellen wie je bent en waarom je hier bent?"
Ik raak meer en meer in de war. Van de situatie, maar ook van haar verschijning. Ze is mooi, op een aparte manier. Haar schoonheid lijkt artificieel, een soort barbie schoonheid. Ze zou zo uit de Playboy kunnen zijn gestapt. Ik kan geen onregelmatigheid aan haar ontdekken, alsof iemand haar net gepaintshopt heeft.
"Kom eerst maar even zitten, dan praten we wat."
Ik neem naast haar plaats, scheef op de bank gezeten, een metertje van haar af zodat ik haar goed kan aankijken en ze op een veilige afstand van me is. Deze situatie komt me niet al te vertrouwd voor. Ik ben niet bang, maar enigszins verontrust. Ik voel me ongemakkelijk, ik ben de controle kwijt en ik verwacht dat er elk moment 'iets' kan gebeuren. Toch geef ik telkens gehoor aan wat ze van me vraagt.
"Ben je bang voor me?", vraagt ze met een brede glimlach. "Dat hoeft niet hoor, ik eet je niet op, ik bijt hoogstens."
Een hoge schelle lach volgt. Ze heeft duidelijk plezier in de rol die ze speelt.
"Ga je me nog vertellen..."
In een fractie van een seconde zit ze naast me en smoort mijn zin in een warme kus.
Perplex, niet wetende of ik kwaad, geschokt of opgewonden ben, glijd ik half verlamd achterover tegen de leuning van de bank aan. Ik voel mij een lam dat naar de slachtbank wordt geleid. Ze zet een been tussen de mijne en leunt met haar lichaam voorover. Nu ligt ze bovenop mij. Met haar tong probeert ze mijn mond binnen te dringen.
Met beide handen pak ik haar polsen en duw haar van mij af. Ze balanceert rond haar middel, kijkt me uitdagend aan en steekt dan haar tong uit. Weer volgt een schelle hoge lach. Ze kirt: "kom op, ik voel dat je best zin hebt, je mag even tegenspartelen om de spanning op te voeren, zo meteen zullen de rollen omdraaien."
"Wat doe je? Wie ben je?"
In plaats van te antwoorden, begint ze met haar heupen tegen mijn geslacht op te rijden. Met haar rechterbeen dat op de grond steunt, duwt ze haar bovenbeen krachtig tegen mijn kruis. In een traag ritme vrijt ze me op. Ik voel de warmte van haar schaamstreek over mijn linkerbovenbeen schuren.
Nog steeds kijkt ze me strak aan.
"Lekker?", vraagt ze met zwoele stem.
"Verdomme, je bent gewoon een hoer! Ga van me af!"
Met een laatste restje morele overtuiging probeer ik haar van mij af te duwen. Mijn onderlichaam protesteert tegen de mechanische weerstand die mijn handen op haar uitoefenen. Ik voel dat ik een stijve heb. Mijn bekken vibreert schokkerig mee wanneer haar wiegbeweging van richting verandert. Mijn lichaam geeft het verzet op, ik verander in een biologisch nuttige structuur, het morele, rationele wezen dat ik daarstraks nog was is even boodschappen doen.
Wordt vervolgd
"Oef, dat is een stuk beter. Zullen we naar binnen gaan?"
Mijn mond valt open van haar brutaliteit. Even twijfel ik of ik haar niet meteen weer weg moet sturen.
"Euh, wat kom je doen? Wie ben je? Waarom ben je hier? Ken ik jou?"
"Nou, nou, dat is ook geen originele opening!" Ze kijkt me uitdagend aan en duwt met haar felrood gelakte nagels vooruit gestoken mij lichtjes naar achter en stapt dan voorbij. Alsof zíj hier woont en niet ik. Verbaasd blijf ik even op de mat staan.
"Hé, ik..." Ze overstemt me: "Oh wat een mooie bank" en ploft neer waar ik zo-even nog lag te soezen met gedachten aan: haar!
Nu ik haar in het volle licht in mijn woonkamer zie, merk ik dat ze veel lijkt op de vrouw waar ik net van droomde.
"Kom je even naast me zitten?", klapt ze heel cliché met haar hand op de bank. Ze kijkt me vragend aan, zonder enige gêne.
"Ik begrijp niet zo goed wat je hier doet, wil je me vertellen wie je bent en waarom je hier bent?"
Ik raak meer en meer in de war. Van de situatie, maar ook van haar verschijning. Ze is mooi, op een aparte manier. Haar schoonheid lijkt artificieel, een soort barbie schoonheid. Ze zou zo uit de Playboy kunnen zijn gestapt. Ik kan geen onregelmatigheid aan haar ontdekken, alsof iemand haar net gepaintshopt heeft.
"Kom eerst maar even zitten, dan praten we wat."
Ik neem naast haar plaats, scheef op de bank gezeten, een metertje van haar af zodat ik haar goed kan aankijken en ze op een veilige afstand van me is. Deze situatie komt me niet al te vertrouwd voor. Ik ben niet bang, maar enigszins verontrust. Ik voel me ongemakkelijk, ik ben de controle kwijt en ik verwacht dat er elk moment 'iets' kan gebeuren. Toch geef ik telkens gehoor aan wat ze van me vraagt.
"Ben je bang voor me?", vraagt ze met een brede glimlach. "Dat hoeft niet hoor, ik eet je niet op, ik bijt hoogstens."
Een hoge schelle lach volgt. Ze heeft duidelijk plezier in de rol die ze speelt.
"Ga je me nog vertellen..."
In een fractie van een seconde zit ze naast me en smoort mijn zin in een warme kus.
Perplex, niet wetende of ik kwaad, geschokt of opgewonden ben, glijd ik half verlamd achterover tegen de leuning van de bank aan. Ik voel mij een lam dat naar de slachtbank wordt geleid. Ze zet een been tussen de mijne en leunt met haar lichaam voorover. Nu ligt ze bovenop mij. Met haar tong probeert ze mijn mond binnen te dringen.
Met beide handen pak ik haar polsen en duw haar van mij af. Ze balanceert rond haar middel, kijkt me uitdagend aan en steekt dan haar tong uit. Weer volgt een schelle hoge lach. Ze kirt: "kom op, ik voel dat je best zin hebt, je mag even tegenspartelen om de spanning op te voeren, zo meteen zullen de rollen omdraaien."
"Wat doe je? Wie ben je?"
In plaats van te antwoorden, begint ze met haar heupen tegen mijn geslacht op te rijden. Met haar rechterbeen dat op de grond steunt, duwt ze haar bovenbeen krachtig tegen mijn kruis. In een traag ritme vrijt ze me op. Ik voel de warmte van haar schaamstreek over mijn linkerbovenbeen schuren.
Nog steeds kijkt ze me strak aan.
"Lekker?", vraagt ze met zwoele stem.
"Verdomme, je bent gewoon een hoer! Ga van me af!"
Met een laatste restje morele overtuiging probeer ik haar van mij af te duwen. Mijn onderlichaam protesteert tegen de mechanische weerstand die mijn handen op haar uitoefenen. Ik voel dat ik een stijve heb. Mijn bekken vibreert schokkerig mee wanneer haar wiegbeweging van richting verandert. Mijn lichaam geeft het verzet op, ik verander in een biologisch nuttige structuur, het morele, rationele wezen dat ik daarstraks nog was is even boodschappen doen.
Wordt vervolgd
donderdag 18 september 2008
Donder & Bliksem
"Nee, een fietsenmaker hebben we allang niet meer hier in Charmes". Ik zucht eens diep, waar heb ik dat allemaal meer gehoord. Ik vervloek het boekje dat ik bij me heb. Liever weet ik niets vantevoren dan dat ik foutieve informatie heb. "Maar er is van alles leuks te doen hier", ze somt de ene na de andere volkse activiteit op. Bij het kantklossen onderbreek ik haar, "Is er dan een brico hier die mogelijk wat fietsonderdelen heeft?" Ik haat mezelf dat ik in Poligny niet heb toegeslagen toen de banden voor het oprapen lagen.
lees het hele bericht
lees het hele bericht
Abonneren op:
Posts (Atom)



